Onlangs organiseerde ik samen met EAPRIL ( https://www.eapril.org) een bijeenkomst over actieonderzoek in organisaties. In deze blog maak ik je graag deelgenoot van het resultaat van de dialoog. En meer bepaald over de stelling dat een actieonderzoeker ook altijd een veranderkundige is, en  mijn conclusie dat als gevolg daarvan actieonderzoek een hoge mate van maturiteit van de onderzoeker vraagt.

Op vrijdag 11 oktober 2019 zijn een dertigtal onderzoekers  aan de hand van drie casussen, en via de werkvorm Fishbowl, met elkaar in dialoog gegaan over:

  1. De doelstelling: Wat voor doelen heeft actieonderzoek in organisaties? Gaat het om het bereiken van kennisdoelen, veranderdoelen, maakdoelen en/of leerdoelen?
  2. De weg: hoe verhoudt actieonderzoek zich tot organisatieleren? Wat wordt er geleerd tijdens actieonderzoek? Door wie? Wanneer? Op welke manieren?
  3. De methodologische keuzes: Wat zijn de mogelijkheden en grenzen bij het uitvoeren van actieonderzoek in organisaties? Welke dilemma’s kom je daarbij tegen? Hoe verhouden grondig onderzoek, praktische relevantie en ethiek zich tot elkaar?

De vraag die ik als casusinbrenger heb ingebracht, heb ik vooraf met een filmpje geïntroduceerd. Daarin vertel ik het volgende:

Hallo, ik ben Ann en ik ben onderzoeker. Of toch niet? Opnieuw. Hallo ik ben Ann, ik ben actieonderzoeker. Maar op het moment dat ik dit zeg, voel ik ook ergens schroom. Kan ik dat wel zeggen? Misschien moet ik zeggen: Hallo, ik ben Ann en ik ben veranderkundige.  Of ik ben coach, procesbegeleider en facilitator.. Of: ik ben expert, agoog, trainer, regisseur, mede-onderzoeker, …. Of ik ben dit allemaal. Maar wat zegt dit dan over mijn professionele identiteit als onderzoeker? Dat is de vraag die ik jullie graag voorleg.

De casus die ik ter illustratie wil inbrengen dateert van vorig jaar. Ik heb een team van professionals in Avans hogeschool mogen begeleiden met actieonderzoek. De uitdaging waar deze mensen voor staan is een nieuwe invulling te geven aan hun beroep. De fysieke bibliotheek waar ze tewerkgesteld zijn, verdwijnt namelijk en daarmee ook hun vertrouwde taken en handelingen. En de vraag is dan wat er in de plaats moet en kan komen. Niemand die dat precies weet. Ideaal dus om daar achter te komen en vooral te ontwikkelen met actieonderzoek.

Zodoende ben ik in het najaar van 2018 samen met 8 professionals aan de slag gegaan. Het voelde vaak aan als het beklimmen van een hoge bergtop. Vaak lastig en moeilijk want zonder duidelijke wegwijzers of wegen, en de top was niet altijd in zicht. Het was zowaar op reis gaan in het onbekende. Maar wat een mooie tocht hebben we samen mogen beleven. Er is vooral veel geleerd over hoe actieonderzoek kan worden ingezet bij het leren en ontwikkelen van professionals. Het heeft veel werkplezier opgeleverd, en een boost aan energie.

Ook voor mij als onderzoeker was het ware ontdekkingstocht. Ik ben geschoold en gevormd als academisch onderzoeker, eerst tijdens mijn master aan de Universiteit van Antwerpen, later in mijn PHD-traject aan de Universiteit van Wageningen en ten slotte in mijn werk als universitair docent aan de TUDelft. In die periode heb ik geleerd onderzoek in te zetten voor kennisontwikkeling. Nu ben ik sinds een zestal jaar senior beleidsadviseur onderzoek en onderwijs en zet ik onder andere actieonderzoek in voor professionele ontwikkeling van individuen en teams. De vraag die ik me tegenwoordig vaak stel: ben ik als begeleider van actieonderzoek nog wel onderzoeker? Of faciliteer en regisseer ik enkel het onderzoeksproces van anderen? Best wel een dissonante gewaarwording. Wellicht ben ik niet de enige met die ervaring.  Ik ben daarom benieuwd naar wat actieonderzoek en de invulling ervan doet met jullie professionele identiteit als onderzoeker. 

Tijdens de fishbowl hebben we het thema professionele identiteit van de actieonderzoeker verder verkend met de stelling  “Als actieonderzoeker ben je ook altijd veranderkundige“. Uit het gesprek dat daarop volgde, heb ik afgeleid dat er diverse perspectieven zijn op de rol van de actieonderzoeker, mede afhankelijk van het doel van het onderzoek:

  1. Wanneer het actieonderzoek primair een kennisdoel heeft dan zet de actieonderzoeker veranderkundige competenties in om tot kennisontwikkeling te komen;
  2. Wanneer het actieonderzoek primair een veranderdoel heeft dan neemt de onderzoeker de rol van veranderkundige aan die onderzoek inzet als interventie
  3. Wanneer het actieonderzoek expliciet een kennisdoel en een veranderdoel tegelijkertijd heeft dan vallen de rollen van onderzoeker en veranderkundige samen, en zijn ze niet te scheiden.

Ongeacht het doel en de rol van de onderzoeker, vraagt de combi onderzoeken en veranderen bijkomende competenties van de actieonderzoeker.

Actieonderzoek vergt van de onderzoeker een grote mate van flexibiliteit zoals het kunnen omgaan met diverse actoren en meningen. Het participatieve karakter van een actieonderzoek betekent in staat zijn tot relationele verbondenheid waaronder meelevend, luisterend, invoelend zijn. Verder dient de onderzoeker helder en duidelijk te communiceren, deelnemers te enthousiasmeren, uit te dagen en te prikkelen. Daarbij is het hebben van een sterk moreel, ethisch en gevoelsmatig kompas van groot belang.

Wat mij bijzonder boeit, is het gegeven dat een actieonderzoeker moet beschikken over chaoscompetenties.

Chaoscompetenties wordt door De Caluwe en Vermaak (2006, p 341) omschreven als het vermogen om in complexe situaties te blijven functioneren. Actieonderzoek is immers een proces van vallen en opstaan. Het is leren door te doen. Of zoals Petra Ponte (2002, p 179, 180) het formuleert:“Je ziet de bedoeling van actie onderzoek door het te doen en je gaat het doen door het te zien. Dit leidt soms tot verwarring en chaos.“

Het helpt daarbij als je als actieonderzoeker beschikt over een sterke intuïtie en het niet-weten kunt en durft omarmen. Maar het is meer dan dat. Een actieonderzoeker zet chaos ook doelbewust in. Hans Vermaak (2015, p 156) verwoordt het als “de rand van de chaos opzoeken waarin je met onzekerheid in contact bent. Waarbij je bovendien niet zeker weet hoe het gaat uitwerken“. Vermaak wijst op de moeilijkheid waar actieonderzoekers in organisaties mee worden geconfronteerd namelijk dat ze vaak opereren in contexten, en met opdrachtgevers, met de dominante overtuiging dat de wereld maakbaar en kenbaar is. Dat de omgeving te organiseren is en vraagstukken te managen zijn. De rand van de chaos wordt dan meestal niet als wenselijk opgezocht of geïnterpreteerd.

Wat ik verder nog onthoud van de Fishbowl,  is dat we met zijn allen lerend en zoekend zijn naar wat precies actieonderzoek is of moet zijn. En wat het betekent om actieonderzoeker te zijn. Het event heeft alvast een tipje van de sluier opgelicht. Daarbij poneer ik graag een nieuwe of aanvullende stelling:

“De combi onderzoeken en veranderen vraagt om persoonlijke rijpheid en leiderschap van de onderzoeker. Of met andere woorden: Actieonderzoek vergt een hoge mate aan maturiteit van de onderzoeker.“

 

Referenties

De Caluwé, L., & Vermaak, H. (2006). Leren veranderen. Een handboek voor de veranderkundige. Vakmedianet, Deventer. Oplage 2018.

Ponte, P. (2002). Actie-onderzoek als professionaliseringsstrategie voor docenten. Velon Tijdschrift voor lerarenopleiders, 23(3), 11-19.

Vermaak, H. (2015). Plezier beleven aan taaie vraagstukken. Deventer: Kluwer.